SCHILDERS VAN VEERE

COLLECTIE  INFORMATIE   CONTACT

DE SCHILDERS VAN VEERE *


De titel van deze website verwijst naar de tentoonstellingen die Albert Ochs (1857-1921) en zijn dochter Annie Oakes (1889-1987) vanaf 1916 onder die naam in de Schotse Huizen** in Veere hielden.

De getoonde collectie betreft het werk van de kunstenaars die aan het begin van de 20ste eeuw in Veere woonden en werkten en waarvan de laatsten na de komst van de Deltawerken en de afsluiting van het Veerse Gat in 1961 zijn vertrokken. Kunstenaars die in de jaren daarna door de komst van de recreatie en een geheel nieuwe bevolking langzaam maar zeker, tegelijk met de eb en vloed, landelijk in de vergetelheid zijn geraakt.




Het Zeeuws Museum heeft na de opening in 2007 zijn hele collectie schilderijen, inclusief de Zeeuwse naar het depot verwezen en exposeert nu nog slechts zesentwintig topstukken van Mondriaan en Jan Toorop tot  JCJ van der Heyden en Marinus Boezem - daaronder zijn geen schilders die in Veere gewoond en gewerkt hebben.

Is dat terecht? Vanuit het zuivere perspectief van de kunsthistoricus misschien wel, vanuit een meer sociologisch standpunt zeker niet. Van een museum dat een link probeert te leggen tussen de zeeuwse dracht en de hedendaagse mode zou je hetzelfde mogen verwachten wat betreft de schilderkunst. Maar kennelijk is die vonk niet overgesprongen.

Zeker, geen van de Veerse schilders - met uitzondering misschien van Dirk Koets - heeft de wereld willen bestormen. In het begin van de eeuw komt Le Fauconnier het kubisme prediken, in de jaren dertig logeert de fotografe Ilse Bing (Miss Leica) bij Hendrik Willem van Loon en vertegenwoordigt daarmee de avant-garde uit die tijd, maar zij zijn eenlingen.

De Veerse kunstenaars trokken naar Veere omdat er grote huizen voor weing geld waren, maar net zo goed om de vernieuwing te ontlopen. Het waren ouderwetse vaklui die hun onderwerpen zochten in Veere zelf, hun uitzicht op het torentje van het stadhuis, de kolos van de Grote Kerk, de molen, de vissersboten in de haven, het uitzicht op het Veerse Gat, de Zeeuwse dracht, en vooruit nog maar eens de haven. Het was een wereld waar geen auto in voorkwam - nou goed dan, één keer schilderde Louis Bron een watervliegtuigje uit de Fokkerfabriek. Nee, als afwisseling schilderden ze hun stillevens, prachtige tuinboeketten van margrieten, duizendschoon, winde, zinnia's of herfstasters. Desondanks vormden ze een kleurrijke gemeenschap met hoogte- heel de wereld trekt naar Veere en dieptepunten de inundatie van '44 en het definitieve einde met het vertrek van de vissers uit Veere.




Het middeleeuwse stadje was aan het begin van de 20ste eeuw buitengewoon arm en armoedig, maar ook van een ongehoorde schoonheid. Een half gesloopt visserssdorp midden in de tuin van Zeeland, met een getijdehaven en waar alleen de Kaai met de Campveerse Toren, de Schotse Huizen en de patriciershuizen, de Markt met het Stadhuis en zijn ranke torentje met het carillon en de immense Grote Kerk nog ongeschonden overeind stonden, en waar verder vrijwel alles vervallen,verminkt of tussenuit gesloopt was behalve wat schuren en kotjes. Maar waar de ommuurde terreinen - als een gebouw gesloopt werd, moest aan de straatkant een muur gezet worden -  door de bewoners in prachtige bloemen- en moestuinen, boomgaarden en akkertjes waren omgetoverd.

Vooral de garnalenvissers en hun vrouwen in de plaatselijke dracht uit Veere en Arnemuiden met hun hoogaarzen, schokkers en bommen die in alle vroegte met vloed in een lange rij uitvoeren en 's middags in plukjes weer terugkeerden om scherp zeilend of peddelend weer de haven binnen te varen, die ook nog eens bij eb geheel droogviel, maakten indruk.

De jonge Nescio die het plaatsje in 1908 ontdekte, de eerste schilders bezochten Veere dan al in flinke aantallen en er hadden zich ook al enkele gevestigd, schreef erover naar z'n vrouw die hoogzwanger is thuisgebleven Zooiets al dit heb ik nog nooit beleefd. Die stokoude Indiers moeten Veere bedoeld hebben toen ze den lui 't 'Nirwana' voorhielden, 't niet zijnde zijn. Alles is goed en d'r kan niets dan goeds komen. Eigenlijk wordt hier helemaal niet gedacht. Soms springen mij de tranen in de oogen, zoomaar zonder dat ik ergens aan denk, enkel van de welbehagelijkheid.

Nescio was niet de eerste schrijver die Veere ontdekte. Charles de Coster schreef zo wil de historie in de jaren '70 van de 19e eeuw zijn Tijl Uilenspiegel in dezelfde Campveerse Toren en liet Tijl protesteren tegen de sloop van de Grote Kerk. Vernielen doen spelende kinderen in stand houden is het werk van een man.




Aan het eind van de 19de eeuw kwamen de eerste kunstenaars ook echt in Veere wonen.  A.A. Plasschaert komt met zijn ouders en de hele familie en  trouwde met de Veerse Anna Peeman. Hij werd gevolgd door Franz Melchers en Karel Doudelet die zich na de Academie in Brussel voor een korte periode vanaf 1894 in Veere vestigden en daar de Manufacture de vitraux d'art openden, waar gebrandschilderde ramen werden vervaardigd. (oa in het bezit van het Zeeuws Museum). Daarnaast schilderde Melchers volgens Cyriel Buijsse de mooiste schilderijtjes van Veere. Ook Cornelis van Assendelft, een van de eerste adepten van Van Gogh kwam in 1897 vanuit Middelburg naar Veere.

Lucie van Dam van Isselt trok, na een mislukt huwelijk met de schilder Evert Ekker, naar het Veere uit haar jeugd en hertrouwde er met de kunstcriticus Albert Plasschaert, een neef van AA. Jan Heyse kwam eveneens uit Middelburg en Willem Vaarzon Morel (père) en zijn familie uit Oosterbeek, Johan ten Klooster vestigde zich er na zijn militaire loopbaan in Indië.

Alfons van Dijck die Veere zelfs nauwelijks meer verlaten heeft en er pas in 1979 overleed, kwam uit Antwerpen, evenals Walter Vaes en Frans Courtens, ballingen die er al regelmatig kwamen maar die in de eerste Wereldoorlog toen in België de grond te heet onder de voeten werd zich in Veere vestigden.


In 1919 melde de jonge getalenteerde Zeeuw Dirk Koets zich bij de Schotse Huizen en ook hij zou nooit meer vertrekken. De Veerse Van Gogh, zie bijvoorbeeld zijn Kacheltje in het Zeeuws Museum, heeft waarschijnlijk de meeste schilderijen van allemaal van Veere gemaakt en in ieder geval een paar van de beste, onder andere een prachtig schilderij van de perebloesem, dat Charley Toorop geschilderd zou kunnen hebben. Helaas leed hij ernstig onder wat men toen de de kunstenaarsziekte noemde. Hij was manisch-depressief wat met het ouder worden alleen maar erger werd. Toen Charley Toorop na de tweede wereldoorlog naar Veere terugkeerde met plannen zich er te gaan vestigen, kwam zij zo onder de indruk van het werk van Koets dat zij via een andere Zeeuw, Bram Hammacher, bij OK&W een beurs voor hem regelde voor Parijs. Maar Koets kon dat dan al niet meer opbrengen en het geld bleef ongebruikt.




W.J. Schütz, die in Middelburg woonde had een atelier naast de Campveerse Toren en Rudolf Schönberg, een rijke Hollandse bankierszoon uit Antwerpen, die een speciaal voor de pleziervaart gebouwde hoogaars bezat kwam weer vanuit Antwerpen naar Veere. Daar werd hij verliefd op de dochter van de bekende architect Goethals. Beiden nemen in de oorlog deel  aan het verzet. Rie wordt al in 1942 naar Ravensbrück getransporteerd en overleeft het ternauwernood. Rudolf wordt in 1944 gefusilleerd. Standrechtlich erschossen, noemden de moffen dat.


In 1918 kocht Frits Lensvelt het prachtig gelegen Dijkhuis aan het Veerse Gat en nam het als zomerhuis in gebruik. Niet veel later kwam Anton Erkelens op de Kaai wonen, vrijwel tegelijk met Karel van Veen en vrijwel tegenover elkaar. Van Veen die een beroemd portrettist was en de groten van Nederland portretteerde werd later in de tweede wereldoorlog geinterneerd in Sint Michielsgestel. In 1928 verhuisde Maurice Gòth van Domburg met zijn vrouw Ada en zijn enige dochter Sarika naar Veere. Sarika behoorde met  Philip ten Klooster en Wim Vaarzon Morel sr tot een tweede generatie kunstenaars, die niet meer loskwamen van Veere.ook al gingen ze naar de academie, Sarika naar Den Haag, Wim en Flip naar Amsterdam.




Jemmy van Hoboken, haar familie bezat het land van Hoboken in Rotterdam, was leerlinge van Han van Meegeren en woonde samen met de 13 jaar oudere illustratrice Bas van der Veer in De Enhoorn. Ze reden rond in een opvallend two-seater waarmee zij zelfs achterdoeken naar de Scala van Milaan brachten. Jemmy liet een prachtig atelier in de tuin bouwen met eikenhouten balken, trappen en kozijnen. Maar ineens was Jemmy verdwenen, evenals de gereformeerde dominee Jacob van de Gugte, die vrouw en kinderen achterliet. Bas van der Veer kwijnde, terug in Den Haag. langzaam weg hoewel Jemmy haar vanuit Laren aanmoedigde nog iets van haar leven te maken. Een van de laatste schilders, die zich nog voor de oorlog in Veere vestigde was Herman van der Haar, een jaar later gevolgd door zijn zoon Dolf die tekenles ging geven in Middelburg.


Op het hoogtepunt kwam ook de Amerikaanse historicus van Nederlandse afkomst Willem Hendrik van Loon met zijn secretaresse Jimmy naar Veere om rustig te kunnen schrijven aan zijn wereldbestsellers en kocht er een huis op de Kaai. Overigens reisde hij, nog per passagiersboot, regelmatig heen en weer. Hij was vermoedelijk even manisch-depressief als Dirk Koets, maar minder psychotisch en beter in staat ermee om te gaan. Maar vooral was hij, behalve een vlot schrijver, een begenadigd illustrator die zijn eigen boeken illustreerde wat zeker bijdroeg aan het succes.




Realiseert u zich dat deze kunstenaars toendertijd twintigers, dertigers, en al oud, veertigers waren in de kracht van hun leven. Nog voor de oorlog volgde vanuit een nieuwe generatie, Ina Rahusen begin jaren 30 en eind jaren 30 Claire Bonebakker, die na de oorlog De Corenbloem betrekt en daar weer iedereen (de componist Poulenc, de dichter Roland Holst) ontvangt. Eind jaren vijftig  vluchtte zij hals over kop naar Mexico en begon daar hoog op een berg een guesthouse, desondanks leeft zij nog altijd voort onder de Veerse bevolking. Dirk van Gelder, een van Nederlands beste graveurs, blijft bijna vijfentwintig jaar. Jan Eversen, een kleinzoon van Adrianus Evertsen, een van de bekende 19e eeuwse schilders, had in Engeland leren fijn schilderen en bleef maar kort, maar lang genoeg om een paar mooie schilderijen te maken. En ten slotte kwam Anneke van der Feer, lange tijd bevriend met Joris Ivens, maar ook met Charley Toorop en haar kinderen, met haar vriend Herman Schutte naar Veere. Schutte was beelhouwer en kwam hoogst waarschijnlijk Phillip ten Klooster, die als kind met zijn ouders naar Veere kwam, bijstaan met het werk dat in Middelburg, na het grote bombardement, volop aanwezig was voor goede beeldhouwers. De gedenksteen in het huis van Valerius is van zijn hand.




De kring van vaste bewoners werd vooral zomers aangevuld met regelmatige en onregelmatige bezoekers. Bezoekers die veelal geen deel uitmaken van mijn collectie, om de eenvoudige reden dat mijn beurs dat niet toeliet. Alexander Shilling, een Amerikaan met een Nederlandse moeder die in 1898 voor het eerst naar Vlaanderen en vandaar naar Zeeland trok, Louis Bron, die als zoveel schilders in die tijd een varende woonboot had, De Vagebond, en elke zomer aanmeerde in het kanaal - geen last van eb en vloed en geen lawaai van de vertrekkende vissers. Paul Arntzenius die met zijn pleegvader W.B. Tholen op De Eudia naar Veere kwam, verliefd werd en er trouwde er met de dochter van burgemeester Buys Ballot. Jan Toorop trok natuurlijk heel regelmatig heen en weer tussen Domburg en Veere.


W.O.J. Nieuwenkamp kwam met de De Zwerver. Zijn prent voor Wendingen - waar  ook Daan de Vries die al voor 1916 in Veere schilderde, aan meewerkte - van het Stadhuis gesneden in palm-langs is een van de iconen van Veere geworden. Net zoals Het stoepmeisje van de Schotse Huizen van de Belgische schilder Jamar een icoon is van de Schotse Huizen. George Hitchcock en zijn dertig jaar jongere vrouw de schilderes Cecil Jay kwamen met De Tulp uit Egmond. Hij schilderde de smidse in de Warwijcksestraat.


H.J. Wolter die een prachtig schilderij van de haven met het stadhuis op zijn naam heeft staan en Henry Cassiers die er veel aquarelleerde bezochten Albert Ochs in de Schotse Huizen en Theo van Rijsselberghe, die er mooie kleine, pointillistische paneeltjes maakte, Franz Courtens op de Kaai. Nelly Bodenheim en Lizzy Ansingh logeerden bij Frits Lensvelt, Ilse Bing en allerlei andere Amerikaanse beroemdheden bij Willem Hendrik van Loon. Anderen verbleven in het hotel, een pension of een bed and breakfast avant la lettre.




Toen Jan Toorop in 1911 met zijn tentoonstellingen in Domburg begon, kwamen er nog meer schilders, die ook Veere bezochten en toen Ochs in 1916 ook met tentoonstellingen begon groeide de stroom alleen maar aan. Bovendien waren er schilders die niet terug konden naar Frankrijk. zoals Conrad Kickert, die vervolgens weer Henry le Fauconnier overhaalde naar Veere te komen. In 1917 kwam Charley Toorop er - voor het eerst - drie weken logeren.

In 1921 opende Ochs zijn tweede galerie speciaal voor buitenlanders in het pas verworven De Struys, Robert Gibbing en zijn collega Eric Gill, de beeldhouwer en letterontwerper van de Gill Sans - de letter die voor deze tekst gebruikt is - en de houtsnijders Laboureur en Carlegle en Paul en John Nash, allemaal illustratoren en boekverzorgers bij de toen bloeiende Private Presses werden daarvoor  uitgenodigd. Ook Zadkine en zijn vrouw Valentine Prax kwamen naar Veere.

En nog tot aan het eind van de jaren twintig trok een stoet Britse etsers langs Veere John Briscoe, Martin Hardie, James McBey, Malcolm Osborne, William Palmer Robins, John Wyllie en Charles Watson. Allemaal vereeuwigden ze het het stadje in de plaat.


Kunt u zich voorstellen dat de journalist dr P.H. Ritter jr die ook ernstig verliefd was op Veere en zoals hij zelf zei, leed onder de zoete ziekte van het Veerisme, er over zei Heel de wereld trekt naar Veere, En vergist u niet dat was geen beeldspraak. Het waren kunstenaars die de wereld bereisden, verfijnde vrijdenkers, velen vermogend, enkelen zeer vermogend, meestal goed gekleed naar de mode van die tijd en van wie het beroep in hoog aanzien stond. Banden met Londen en Parijs waren er vanouds her. Van Loon nam een vlaag New York mee. En het waren niet alleen beeldende kunstenaars. Gerard van Loon danste in Parijs en bezocht zijn vader tussendoor. Alexander Voormolen, de componist, kwam ook uit Parijs en componeerde er een deel van zijn Taferelen uit de lage landen, waarin het carillon van Veere prachtig tingelt.




Het carillon is een van de weinige dingen die niet veranderd zijn. Armoede kun je niet restaureren. De straten liggen er weer piekfijn bij, de moestuinen en boomgaarden zijn verdwenen en de vervallen huizen zijn (soms over-) gerestaureerd. De lege terreinen zijn volgebouwd met makelaarswoningen of erger nog nagemaakte patriciershuizen. Het kleine haventje is gevuld met grote witte zeil- en motorjachten. Eb en vloed en de visserslui zijn vervangen door toeristen van elders. De middenstand verkoopt trullemerullen en de Twistappel is een outlet voor Gant en Paul & Shark. In de Oude Werf - ooit Veeres Hoop en gebouwd na honderd jaar stilstand - liggen horloges van honderden euro's. Voor een stukje touw of een pakje boter moet je naar Middelburg.

En om de verwarring nog wat te groter te maken zijn alle Walcherse kustplaatsjes tegenwoordig verenigd in de gemeente Veere. Geloof de kranten  niet wanneer zij beweert dat er een tuk tuk door Veere rijdt of dat de strandwacht staakt. Men bedoelt dan Zoutelande, Westkapelle, Domburg of Vrouwenpolder, maar zelden Veere.

Gelukkig, door toedoen van Victor de Stuers en zijn monumentenzorg, staan de Campveerse Toren, de Grote Kerk, de Schotse Huizen en het Stadhuis nog fier overeind. En dank zij de inspanningen van enkele inwoners en de beiaardier klingelen nog elk half uur de Gedenck-clancken van Valerius over het stadje Veere.



* www.schildersvanveere.nl is een virtuele tentoonstelling van het werk van de kunstenaars die van 1895 tot 1965 woonden en werkten in Veere (enkele werken zijn te koop).

Voor de kunsthistorische gegevens is uitputtend gebruik gemaakt van Anna Wagner, Kunstenaars te Veere, Mededelingen Gemeentemuseum Den Haag, jaargang 10, no 1 (1956) en  Kees Leeman, Heel de wereld trekt naar Veere, Goes, 2003 met achterin een handig Lexikon van Joost Bakker, waar u naast alle geboorte - en overlijdensdata ook de data van verblijf in Veere in vindt en  diverse monografieën.


** De Schotse Huizen houden af en toe tentoonstellingen over De schilders van Veere.

In de opkamer hangt nog een enkel schilderij - een portret door Walter Vaes van Alfred Ochs en een portret van een Zeeuwse boerin door Herman van der Haar - en een aantal aquarellen van Lucie van Dam van Isselt van de Schotse Huizen zelf.

Tot voor kort hing er in het  appartement van Annie Oaks - waar jaren lang een oud-medewerkster woonde - nog een mooie geillustreerde brief van Jan Toorop aan Albert Ochs waarin hij vraagt of Charley niet eens mag deelnemen aan een tentoonstelling. Deze brief is helaas onlangs door een onduidelijke erfeniskwestie verdwenen.

Het schilderij Het stoepmeisje van de Schotse Huizen, dat eveneens jarenlang in het appartement van Annie Oaks hing, is bij diezelfde erfeniskwestie verkocht aan een bestuurslid.

Ten slotte, bovenstaande is maar een zeer gedeeltelijke opsomming van alle bezoekers aan Veere. Ook over de bewoners zelf is nog veel meer te vertellen, gelukkig past dat niet in dit bestek. Wie verlegen zit om een bezigheid, gaat zijn gang.




COLLECTIE, COPYRIGHT, BEELDRECHT

Zeeuws Museum